|
||||
Nijmegen klaar voor de creatieve economiedoor Lenie Scholten en Jan van der Meer (14/04/04) |
||||
|---|---|---|---|---|
|
Richard Florida is hoogleraar regionale economie in Pittsburgh. Hij ziet de ontwikkeling van een groeiende creatieve economie, die hij overigens breed definieert. Hieronder schaart hij mensen uit de wetenschap, bouwkunde, ICT, architectuur, design, educatie, kunst en cultuur, wiens economische functie bestaat uit het ontwikkelen van nieuwe ideeën en technologie. Maar ook professionals uit de wereld van de zakelijke dienstverlening, recht, gezondheidszorg en aanverwante beroepsgroepen, die allen gemeen hebben dat ze hoog opgeleid zijn en zelfstandig opereren. Uit de statistieken blijkt dat in de VS inmiddels dertig procent van de beroepsbevolking in de creatieve categorie zit. De afgelopen twee decennia is de sector zo goed als verdubbeld en is momenteel goed voor de helft van het nationaal inkomen. Onlangs heeft Florida Europa op de creatieve meetlat gelegd. Nederland scoort na België het beste met 29,5 procent van de beroepsbevolking met een creatieve baan. De vraag is hoe Nijmegen mee kan liften op deze ontwikkeling. Richard Florida wijst de weg. Kortweg komt zijn theorie erop neer dat bedrijven de werknemers volgen en niet andersom. Bedrijven vestigen zich in steden en regio's met een groot reservoir aan goed opgeleide en creatieve mensen. Zoals gezegd doen steden het goed als ze de drie t's in huis hebben. Dat laatste levert veel discussie op in het economische wereldje. Hoe gaat dat dan? Creatieve krachten voelen zich aangetrokken tot een stedelijk klimaat dat tolerant is voor minderheden. Zo's samenleving is over het algemeen open, laagdrempelig en divers waardoor er van alles te beleven valt en iedereen makkelijk kan meedoen. Florida ontwierp verschillende indexen om de tolerantiegraad in een stad te kunnen meten. Vooral de homo-index bleek een goede voorspeller te zijn voor technologische vernieuwing en economische groei. Let wel, hiermee is niet gezegd dat homosexuelen creatiever zijn dan heterosexuelen of dat in de hightech industrie vooral homo's werkzaam zijn. De homo-index is slechts een indicator voor een stimulerende omgeving. Om het anders te zeggen: een stad die tolerant is voor homo's is dat vaak ook voor een getatoeëerde architect, een computerfreak met een neuspiercing en niet in de laatste plaats voor buitenlandse werknemers en werkgevers. Dankzij de ledentallen van het COC (organisatie van homosexuelen) kunnen we de Nederlandse steden langs de homolat leggen. Amsterdam staat natuurlijk aan kop, gevolgd door Utrecht. Nijmegen scoort een goede derde plek met 510 leden. Vorig jaar kreeg Nijmegen nog een prijs voor het beste homobeleid van Nederland; een bevestiging van het tolerante klimaat in onze stad. Ook als we kijken naar de t van talent scoort Nijmegen goed. Van onze beroepsbevolking heeft vijftig procent een HBO- of universitaire opleiding genoten. Onze stad scoort daarmee met Leiden een tweede plek. Utrecht staat met 56 procent op de eerste plaats van deze talentenindex en Amsterdam (45 procent) op plek vijf. Bij de derde t, die van technologie, houdt de successtory van Nijmegen goeddeels op. Het Ministerie van Economische Zaken heeft in 2002 een vergelijking gemaakt van Nederlandse steden op het gebied van technologisch innovatie. Er is gekeken naar de uitgaven voor Research & Development. Absoluut bovenaan staat Eindhoven, gevolgd door Amsterdam en Rotterdam. Nijmegen scoort gemiddeld en het KAN wordt getypeerd als een regio die potentie heeft maar de aansluiting dreigt te verliezen. Nijmegen staat laag geklasseerd omdat we niet veel grote bedrijven in onze stad kennen. Van de tien grootste werkgevers komt alleen Philips uit de private sector. Naast de gemeente zelf, het ROC en de universiteit, komen zes van de tien grootste werkgevers uit de zorgsector (goed voor een kwart van de Nijmeegse banen). Gelukkig vestigen zich steeds meer hoogwaardige bedrijven in onze stad. Zie de ontwikkelingen op het Mercator Science Park, maar ook bedrijven als Kropman (installatietechniek), Mead Johnson (specialistische babyvoeding) en Synthon (farmaceutische industrie). Een opsteker is de komst van het Business Innovation Center van Philips. Amsterdam scoort op alle indexen goed. Rotterdam en Den Haag doen het een stuk minder. Dat is rechtstreeks terug te zien in de economische prestaties vn de drie steden. Waarmee gezegd is dat de drie t's ook in Nederland goede voorspellers zijn van economisch welvaren. Nijmegen heeft aldus potentie (duurzame) economische groei te genereren, mits wij de slag kunnen maken naar de t van technologie. Dat kan door kennisinstellingen te verbinden met de maakindustrie. Of Nijmegen met deze rapportcijfers nu al op de creatieve kaart staat weten we niet. Dat wordt in opdracht van de gemeente onderzocht. Om creatieve mensen aan te kunnen trekken moet de stad voldoen aan een aantal randvoorwaarden. Het gaat dan om de vragen: wat is er? wie is er? en wat is er te doen? De stad moet op de eerste plaats authenticiteit uitstralen en een unieke natuurlijke omgeving, architectuur en cultuurhistorie te bieden hebben. Zo is de groene omgeving van Nijmegen een vestigingsfactor van jewelste. We hebben het allemaal: bossen, vennen, rivierengebied, polderlandschap en de prachtige groene heuvelrug. Verder is Nijmegen de oudste stad van Nederland, maar dat zie je vrijwel nergens. Ons grootse Romeinse verleden is niet in het straatbeeld terug te zien. Het feestjaar 2005 biedt kansen om dat te veranderen. Ook de ontwikkeling van de Oude Stad verdient aandacht. Het uitgraven van de eeuwenoude kelders in de Lange Hezelstraat voor de vestiging van trendy keldercafeetjes en koffiebars is een uitdaging die kan uitgroeien tot een trekker van formaat. De stad moet werelds zijn. Dat wil zeggen, een stad waar iedereen wel een identificatiegroep kan vinden waar men zich gemakkelijk bij voelt. Een stad waar een wisselwerking plaatsvindt tussen culturen en ideeën, waar outsiders snel insiders kunnen worden. De stad moet ook veel jongeren herbergen, want die zorgen voor vernieuwing. Gelukkig is de Nijmeegse bevolking jong: 25 procent heeft een leeftijd tussen de twintig en 35 jaar, waarvan een groot deel student is. Deze jonge, veelkleurige en hoogopgeleide samenstelling van de stad is goud waard. Tot slot moet er van alles te doen zijn in de stad; een bruisend nachtleven, spraakmakende evenementen, hippe (kleding)winkels en cafeetjes, een goede muziek-, theater- en filmaanbod en laagdrempelige straatcultuur. Nijmegen is met Lux op de goede weg. Sinds de komst daarvan scoort de Nijmeegse binnenstad steevast beter dan die van Arnhem. Ook de culturele broedplaatsen geven Nijmegen een aantrekkelijk imago. Met dank aan de festivals van de Paraplufabriek, Vasim en de Zeepunie. Cultuur moet hoger op de politieke agenda met nieuwbouw van Doornroosje als speerpunt. Wij durven de stelling aan dat investeren in cultuur noodzakelijk is voor een toekomstgerichte economie. Het aantrekken en behouden van creatief talent betkent niet dat we geen oog hebben voor mensen met een lage opleiding. De werkloosheid onder laagopgeleiden is relatief hoog en daar zal iets aan moeten worden gedaan. De belangrijkste werkgelegenheidsmotor voor laaggeschoolden wordt de commerciële dienstverlening, zoals toerisme, horeca en detailhandel. En juist de groeiende creatieve sector levert extra spin-off voor deze branches. Inzetten op een people climate is vernieuwend. Het traditionele economische beleid was vooral investeren in bedrijfsterreinen, bereikbaarheid en gunstige regelingen voor het bedrijfsleven, kortom investeren in het vestigingsklimaat voor bedrijven. Een multinational als Philips laat zien dat dat niet meer afdoende is. De productie vloeit weg en creatieve arbeid komt ervoor terug. Nijmegen dient deze kans te grijpen door te investeren in het vestigingsklimaat voor personen, in een economisch beleid verbonden met ander gemeentelijk beleid. De nieuwe inzichten worden in Nederland in rap tempo omarmd. Nijmegen kan niet achterblijven, zeker niet nu we in potentie alles in huis blijken te hebben voor de groeiende creatieve economie. Alleen moeten we dan wel durven te investeren in onderwijs, in technologische innovatie, in een aantrekkelijke woonomgeving en een swingend cultureel klimaat. |
||||
| deze pagina is 1x bezocht ZONEs CMS versie 2.3 in totaal is ZONEs 18406x bezocht | ||||||||
|
|
||||||||
|
|
|
|
||||||